October 18, 2020
Triggers
Marguerite Gorter
Zoals wel vaker beschreven, zitten we op een woeste zee. De golven hoog en de onderstroom sterk. Onze recente vakantie van twee weken toonde dat ook weer aan. De tweede week was geweldig met onze mannen in Friesland. De eerste, toen de mannen gewoon naar school en opvang gingen en we samen een weekje vrij waren, was vrij heftig. Diepe dalen, tranen en geruzie gaan dan samen met golven van geluk. De tweede week was dus een stuk stabieler. We denken dan achteraf na wat ons nou zo in die golven deed belanden.
No items found.

Was het dat we voor het eerst iemand mee hadden genomen naar de Nieuwe Ooster? Was het ons gebrek aan slaap. Was het dat we stiekem baalden dat we niet met onze billen in het zand zaten op een mooi strand? Of gewoon het feit dat we weer eens uit de ratrace van ons bestaan waren. Dat we weer eens tijd hadden samen. Tijd om na te denken over de stormen en dingen die ons overkomen zijn. Tijd om weer eens te beseffen dat ons normaal nooit meer het normaal is van voor Olivier. Dat die onbezorgde blik op die ene foto met Benjamin, toen hij klein was, nooit meer terugkomt. Dat dat stukje in ons al overleed voordat Olivier dat deed.

Ik kwam iemand tegen

Vaak is het heel lastig de vinger op de zere plek te leggen en is het een samenloop van alles en niets. Het is ok. Ook dat hoort bij ons. De golven veranderen daarna weer en er komt weer een rustigere periode. Voor mij werd het niet lang daarna toch weer stormachtig. Deze keer wel met een aanwijsbare oorzaak. Ik kwam iemand tegen. Iemand die ik niet kende en ineens wel vaker tegen kom. Iemand die ik relateer aan de nacht dat Olivier overleed, ook al wist ik niet eens dat diegene er toen was. Nu ik het weet, kan ik het niet meer los zien. Elke keer als ik diegene zie, krijg ik een soort dreun. Extreem oneerlijk en stom, maar ik kan er zo weinig aan doen.

Die nacht was kalm en prachtig, maar ook pijnlijk en vreselijk. Het was een nacht die ik uit kan tekenen in mijn slaap. Dat deed ik weer wat minder de laatste tijd en nu ineens weer veel. Ik herinner dan eerst het loopje over de brug naar het ziekenhuis. Dan neemt mijn hoofd me weer mee naar die prikkamer op 9c. Daarna loop ik rondjes met Olivier door onze kamer met de zuurstof op mij geplakt, omdat hij wild werd van de slangetjes. Vervolgens liggen we in het grote bed met Olivier tussen ons in. Ik zie het bezoek weer langskomen. Ik beleef de momenten weer dat we moesten plassen en beiden bang waren dat hij dood zou gaan terwijl één van ons op de wc zat.

Niemand kan er wat aan doen

Daarna neemt mijn brein me nog even mee in het gesteggel met die jonge dokter vlak voor zijn overlijden. Om daarna opnieuw te beleven dat we even in slaap waren gedoezeld en gelukkig op tijd wakker werden en meemaakten dat hij daadwerkelijk overleed. Ik voel de pijn, de opluchting en de angst voor de toekomst dan ineens weer in mijn botten. Ze zijn nooit vertrokken, maar ook nooit zo vurig als op zo’n moment. Ik herbeleef de discussie over of ons mannetje via het mortuarium naar huis moet of gewoon met ons mee mag in de maxi cosi en daarna, op het moment dat ik me realiseer dat het 2020 is en ik door moet blijven ademen, zit ik gevoelsmatig weer in de auto en rijden we via het bos naar huis. Een route die we nog regelmatig pakken en waarbij Benjamin ons altijd even een paar momentjes kwijt is. Hij krijgt dan even geen antwoorden op zijn nooit eindigende stroom aan vragen en kletspraatjes. Dit alles speelt zich af in een tijdsbestek van een paar seconden. Ik besef me dat ik moet ademen en de autorit eindigt met een plaatje van de oven en de tekst van de ovenmeester dat hij speciaal voor kinderen een onderdeel had gemaakt voor de oven.

En dan zit ik weer op mijn stoel. Als ik geluk heb, dan moet ik iets doen op dat moment en verdwijnt het weer naar de achtergrond. Als ik pech heb, dan komt er een re-match met allerlei momenten en gedachten. Dan mijmer ik een eind weg tot de drukte van alledag me wel weer tot de orde roept. Cadeautjes van ons nieuwe leven. Deze trigger is dan ook zeker niet de eerste. Het zal ook zeker niet de laatste zijn. En met die gedachte is in ieder geval één ding weer opgelost; het geïrriteerde gevoel dat ik erbij had. Want dat haalt niks uit en niemand kan er wat aan doen. Here comes the sun…

Bekijk alle blogs

Cato's verhaal

'Zien hoe mooi ze was, maar ook hoe moeilijk ze het had.'

Wat doen we?

Wij leggen het leven van kinderen tot 18 jaar die gaan overlijden aan een ziekte vast op beeld.